Proeftuinen circulaire economie

Ondernemers willen afval als grondstof benutten maar dat mocht niet van de overheid. In opdracht van dgMI, igILT en hdHBJZ organiseert  RIR proeftuinen waarin ondernemers, beleid, juristen en inspecties samen zoeken  welke ruimte bestaande regels bieden. 
Lopende proeftuinen: End of life vliegtuigen,  Used cooking oils, Take back systems

Aanleiding

Voor het realiseren van onze beleidsdoelstellingen rond VANG en CE heeft Nederland innoverende ondernemers nodig. Zij lopen soms tegen problemen met wet- en regelgeving aan. Zo is het op dit moment vaak niet mogelijk om een product met het label ‘afval’ als grondstof voor een nieuw product te gebruiken. Op 6 oktober jl. besloten Jan van den Bos (IG ILT), Chris Kuijpers (DGMI) en Heleen Dekker (HBJZ) tot het instellen van proeftuinen en vroegen Ruimte in Regels deze te faciliteren. De proeftuin start vanuit van de premisse dat het beleidsmatige en juridische standpunt t.a.v. de casus is dat het product of de (retour)stroom in kwestie geen afval wordt. De proeftuin onderzoekt van daaruit welke waarborgen er beleidsmatig en in de uitvoering (handhaving, toezicht) nodig zijn om risico’s rond de stroom te ondervangen.

Kernpunten

-  Een proeftuin is een kortlopende gesprekkenreeks tussen beleidsmakers, uitvoerders (toezicht, vergunningverlening, handhaving) en juristen die een oplossing zoekt voor toezicht op een stroom die niet langer als afvalstof wordt bestempeld .
-  Premisse is dat de stroom geen afvalstof is.
-  De proeftuin organiseert hoor en wederhoor met het bedrijfsleven om de oplossing te toetsen op haalbaarheid en generieke toepasbaarheid.
-  De proeftuin levert na de gesprekkenreeks een nota ter besluitvorming op. Deze beschrijft het inhoudelijk besluit of doet voorstellen voor oplossingen.

Toelichting

In ca. drie maanden zoeken de betrokken overheden een oplossing voor de belemmering. Hierbij vindt hoor en wederhoor plaats met het bedrijfsleven. De stuurgroep voor deze proeftuinen bestaat uit Wytske van der Mei (directie duurzaamheid), Ellen Topman (HBJZ), Kees Hoppener (ILT) en John Butter (RiR), eventueel aangevuld met personen van andere betrokken diensten. De stuurgroep bespreekt de stand van zaken en de verwachting voor het eindproduct (ambtelijke consensus of voorstellen voor oplossingen). Na ongeveer 3 maanden levert de proeftuin het eindresultaat op. Daarna volgt een implementatietraject.